Een ja tegen een ander, is een nee tegen jezelf

Suze zag er vermoeid uit. Ze was dwars-af zoals ze zei. Tijdens ons gesprek vertelde ze dat ze altijd een gevoel van haast had, de hele dag door. Haar hart zat haar in haar keel. Bang dat al haar taken niet af kwamen. Bang dat ze haar gezin te kort zou doen. Haar vrienden. Collega’s. Bang dat ze niet goed genoeg was, niet genoeg deed.

Dientengevolge kwam ze in een patroon terecht waarin ze alleen nog maar dacht aan de volgende klus. Geen aandacht meer had voor waar ze mee bezig was en zette zichzelf op de allerlaatste plaats. s’Avonds was ze blij om in haar bed te kunnen liggen maar lag dan vervolgens de eerste uren van de nacht te piekeren over wat ze de volgende dag allemaal moest doen.

Suze staat hier niet alleen in.
Ik kon me goed voorstellen hoe ze zich voelde. Eerlijk gezegd denk ik dat iedereen zich hier min of meer wel in herkent.

Er is ook zoveel te doen! En allemaal leuk hoor! En nuttig ook. Daar niet van. Zo moeten de kinderen naar school. Op het werk moet van alles af. Het huishouden moet gedaan. Relaties onderhouden worden. Huiswerk nagekeken en overhoord. Social media gecheckt. Er moet gesport worden. Iemand doet een beroep op je en natuurlijk willig je dat verzoek in. En oh ja, eigenlijk moet je ook nog aan je zelf werken- zoals dat tegenwoordig heet.

Wanneer is het genoeg voor jou?
Deze vraag kwam binnen bij Suze. Daar had ze nog niet over nagedacht. Want wanneer is het genoeg. Waar ligt de grens. Wanneer komt het moment dat je jezelf in acht gaat nemen. Voor jezelf gaat zorgen. Suze’s vraag was veelzeggend: ’Kan ik het wel maken om meer aandacht aan mezelf te besteden?’

Kun je het wel maken om jezelf te negeren?
Tegenover jezelf, maar ook tegenover je omgeving. Wat gebeurd er als je ziek wordt? Kribbig bent omdat je te moe bent? Lichamelijke klachten krijgt omdat je lichaam klaagt. Niets meer kunt vinden of bedenken omdat je brein overuren draait? Hartkloppingen hebt omdat je bang bent dat je het niet redt? Wie wint daar wat mee?

Een ja tegen een ander, is een nee tegen jezelf.
Hier zat wat in. Eerst was ze even bang dat ze haar leven moest stil leggen. Ze lacht als ze dit zegt. Eerlijk gezegd vindt ze het dramatisch klinken. Maar ik stel haar gerust. Deze opmerking is heel begrijpelijk als je altijd maar gewend bent om te rennen. Het vooruitzicht om rustiger aan te doen kan beangstigend zijn, want wat betekent dat? Rustiger aan doen?

Een nee tegen een ander, is een ja tegen jezelf.
We besluiten klein te beginnen:

1. Veranderingen: Suze neemt zich voor om elke dag even 5 minuten te nemen om te zien wat ze allemaal doet die dag. Om even na te gaan waar er verandering in aan gebracht kan worden om de dag wat rustiger te laten verlopen. En wat blijkt? Er is altijd wel iets wat niet direct hoeft te gebeuren, waar geen brand in zit, wat een ander prima kan doen of zelfs onnodig is.

2. Vertragen: Tijd wordt altijd onderschat. Afspraken en taken duren altijd langer dan we denken. Suze begon haar tijd ruimer te plannen. Ook de tijd tussen de afspraken werden verlengd.

3. Daarna oefent ze in weigeren van verzoeken: De eerste nee was moeilijk voor haar maar het resultaat verbluffend. Het werd geaccepteerd en dat gaf haar de moed om dit verder uit te bouwen.

4. Een voor een: Taken een voor een afhandelen en daadwerkelijk afmaken gaf rust en ruimte in haar hoofd. Wat af is, daar hoeft niet meer over nagedacht te worden.

Suze’s conclusie
Waar ze bang voor was gebeurde niet. Vertragen, nee zeggen, de taken één voor één afmaken en de dag anders inplannen maakte het niet saai of traag. Ze werd er niet voor bestraft. Haar kinderen en andere dierbaren kwamen niets te kort. Sterker nog, ze kreeg meer voor elkaar. Kon er veel beter voor de ander zijn. Met veel minder moeite en stukken meer plezier.  De hartkloppingen waren weg, ze slaapt weer en voelt zich stukken vrolijker. Ze kan veel meer aan.

Ze beseft: Het is prima om goed voor jezelf te zorgen. Je bent het jezelf verplicht zelfs. Om daarna weer opgeladen weer verder te kunnen maar nu met plezier. En nu met een kloppend hart van blijdschap.

  • Karen van Hout

Heimwee is geen discussiepunt

De grote wens
‘Weet je, heimwee is geen discussiepunt.’ Ik schrok er zelf van maar het was al gezegd. En ik voelde dat het waar was. En is. Het is zoals het is, ik heb heimwee en niet zo’n beetje ook.

‘Dan gaan we toch terug’, was het antwoord. Echt? Mijn hart sloeg een slag over bij die woorden. Zou het kunnen? Mijn man en ik keken elkaar aan. Hoe, wat, waar en wanneer wisten we nog niet maar de beslissing was genomen: we gaan terug naar Luxemburg, waar we het zo goed naar ons zin hebben gehad.

Heimwee doet pijn. Lichamelijk, als gevoel van onverklaarbaar verdriet. Eerlijk gezegd wist ik niet wat het was totdat het geniepig om de hoek kwam kijken. In het begin is ‘t heel klein en wordt het nog regelmatig overstemd door de alledaagse dingen, maar als de tijd verstrijkt laat het zijn stem steeds vaker en luider horen. Tot het niet meer te ontkennen valt en je er iets mee moet. Dus dat gaan we doen.

 

Pak de regie
Zoals je weet ben ik ervan overtuigd dat je de regie hebt over je eigen leven en moedig ik jou aan jouw hart te volgen. Doe wat je wilt doen! Zorg ervoor dat je geen spijt zal hebben van de dingen die je niet gedaan hebt. Laat je niet weerhouden door zaken als, kan niet, wat als, weet niet, ja maar etc.

En zoals ik vaker zeg, Je hoeft niet altijd direct te weten hoe je er komt. Dat wisten wij op het moment van deze beslissing ook niet. Maar wat we wel wisten was dat het een kwestie van tijd zou zijn. Dat de weg ernaar toe zichzelf aandient als je focust op dat wat je wilt.

 


Vier elke stap

En dat is nu ook gebeurd. We hebben een tijdspanne uitgezet en nu een jaar na de beslissing hebben we een goed plan om de terugkeer naar Luxemburg werkelijkheid te maken en de eerste stappen zijn gezet. En als cadeau valt ons vertrek deze zomer samen met een hoop aanmoediging en begrip. Dank daarvoor!

 

Geen afscheid
Natuurlijk gaan we door ons hart te volgen ook een heleboel missen. Maar gelukkig betekent ‘je hart volgen’ niet altijd dat je al het andere en iedereen los moet laten. Dit is dus geen afscheid. Zowel privé als in het werk blijven we verbonden met Nederland en ik hoop je dan ook nog heel vaak te zien.

Tot snel!

 

 

De blije leidinggevende ( tips om te delegeren)

Ken je Susan nog? De hoofdpersoon van de vorige blog?
Ze was te druk. Zo niet overbelast. Maar nadat ze leerde de taken van haar team aan het team over te laten kreeg ze meer ruimte en tijd voor haar eigenlijke functie. Als leidinggevende voelde ze zich steeds beter op haar plek en haar relatie met haar team verbeterde met de dag. Haar afdeling floreerde. Susan was blij maar toch was altijd weer die tijd. Waar altijd wel een tekort aan was.


Redenen om niet te delegeren

Tot nu stond het woord ‘delegeren’ niet in haar woordenboek. Haar overtuiging was dat ze het haar teamleden niet aan kon doen om een paar van haar taken ‘op hun bord te schuiven’. Ze hadden het immers al druk genoeg, weet je nog? Ze dacht tevens dat het haar te veel tijd zou kosten om telkens uit te leggen wat de bedoeling is. Dat het sneller gaat als ze ‘het’ zelf wel even doet. En daarbij, wat als de gedelegeerde taak niet naar haar maatstaven uitgevoerd wordt?

 

Redenen op wel te delegeren
Het vooruitzicht om meer tijd te hebben gaf uiteindelijk de doorslag. Ze wist welke kwaliteiten in haar team aanwezig was en wilde hier meer gebruik van maken. Een bijkomend voordeel zag ze in de mogelijkheid om tegelijkertijd haar medewerkers te stimuleren en te motiveren om te groeien. Als individu maar ook als team in zijn geheel.

 

Bepaal WAT je delegeert:
Als eerste maakte ze een lijst van haar taken waaruit de eerste selectie gemaakt werd:
– Welke taken moet ik echt zelf uitvoeren?
– Welke taken zijn geschikt om te delegeren, en tegen welk risico?
> Welke taken kan een ander beter dan ik?
>Welke taken kan een ander net zo goed als ik?
> Welke taken kan een ander leren?
– Welke taken leveren de meeste tijd op?

Deze antwoorden zette ze om in een matrix.
De groene vlakken bevatten taken die ze met een gerust hart uit zou kunnen besteden.

Bepaal  aan WIE  je delegeert:
Met behulp van de volgende  vragen ging ze deze overgebleven lijst af:
– Wie zou welke taak leuk vinden?
– Wie heeft er nog ruimte in zijn takenpakket of bij wie is er ruimte te creëren?
– Wie zou het meest geschikt zijn voor deze taak?
– Waarin zou die ene medewerker zich in moeten of willen ontwikkelen?
– Hoe zou ik daarin kunnen begeleiden?

 

Instructie en begeleiding
Omdat het voor Susan spannend was begon ze eerst de kleinste taken te delegeren. Hierdoor kon ze oefenen met het bespreken van de te delegeren taak. We bespraken hoe zij de betreffende taak het beste kon instrueren. Hoe ze haar verwachtingen kon uiten wat betreft resultaat, het waarom, hoe met wie en wanneer. Ze oefende zich in het loslaten van taken, de bijbehorende verantwoordelijkheden én bevoegdheden. Ze leerde om soepel op te volgen en bij te sturen indien dat nodig was.

Gaandeweg merkte ze dat er enthousiast gereageerd werd en de resultaten goed. Hierdoor kreeg ze het vertrouwen om steeds wat grotere taken uit handen te geven.

 

Resultaat
Van haar eerdere bezwaren is niet veel meer over. Ja natuurlijk kan het soms beter maar ze weet ook dat ‘goed’ goed genoeg is. Dat ze resultaten mag verwachten en geen perfectie. En ja natuurlijk kost het tijd, zeker als een taak gedelegeerd wordt aan een (nog) niet- bekwame medewerker. Dat vergt zeker in het begin wat meer sturing en coaching.

En misschien vind jij delegeren hierdoor helemaal niets voor jou. Dat is prima.

Maar Susan zweert er nu bij. Voor de medewerkers en haar is het een win-win situatie. Het kostte wat voorbereiding maar de medewerkers vinden het leuk om zich te ontwikkelen. De samenwerking verloopt als een geoliede machine. Het wederzijdse vertrouwen groeit met de dag en Susan heeft nu meer tijd. En daar was het om te doen.

  • Karen van Hout

 

 

Hoeveel ballen hou jij hoog?

Deze mevrouw ben ik nooit meer vergeten:
Jaren geleden was ik als operatie assistente (chirurgie) af en toe werkzaam op de Poliklinische Operatiekamer. Daar verrichtten we dan kleine ingrepen die onder lokale verdoving plaats vonden. We haalden de patiënt op, brachten deze naar de kleedkamer, legden de procedure uit en ondertussen maakten wij de tafel klaar waarvan gewerkt werd. Deze werd dan ter bescherming afgedekt tot we de patiënt verder begeleidden naar de ruimte waar de ingreep plaats vond. Die bewuste middag waren we lekker bezig, het programma verliep soepel en toen gebeurde het volgende:

De dame komt binnengestormd, verzucht luidkeels dat ze er ein-de-lijk is en zet opgelucht haar enorme boodschappentas op de net opgedekte steriele tafel.

Verbouwereerd zien wij dit schouwspel aan. Ondertussen doet mevrouw nietsvermoedend haar verslag van de dag. Zo druk heeft ze het gehad. Die ene persoon had wat van haar gevraagd. Dan een ander, die ook nog een beroep op haar had gedaan. En natuurlijk staat ze voor iedereen klaar. Zo is ze. Maar ja, ze had haar werk ook nog en daar lag ook nog van alles op haar te wachten. En dan heeft ze het nog niet over haar gezin gehad. Ze heeft zoveel ballen op te houden dat ze bijna niet aan haar zelf toe komt. Met een glimlach vermeldt ze doodleuk dat ze bijna deze afspraak heeft afgezegd.


Al jonglerend wordt alles even belangrijk gevonden.
Deze mevrouw schiet mij, zoals ik al zei, regelmatig te binnen. Niet alleen door deze -eigenlijk hilarische- gebeurtenis maar ook word ik er regelmatig aan herinnerd omdat ik dit veel vrouwen zie doen. Druk zijn. Druk met alles en nog wat en dan vooral ook voor een ander. Met of zonder de neiging om zichzelf op de laatste plaats te zetten.

Vrouwen zijn er namelijk erg goed in. ‘Ballen ophouden’ zoals die mevrouw dat noemde. En niet een paar! Nee, het liefst een heleboel. En al jonglerend wordt alles even belangrijk gevonden.


Herken je dit?
De vraag is of daadwerkelijk alles zo belangrijk is. Laatst vond ik een metafoor van de Amerikaanse schrijver James Patterson die mij als antwoord op deze vraag weer even op scherp zette. Ik geef je hem hier in een vrije vertaling:

Het leven is een spel waarin je verschillende ballen hoog houdt. Deze ballen staan bijvoorbeeld voor werk, familie, gezondheid, vrienden, voorleesmoederschap, huwelijk/partnerschap en vrijwilligerswerk.

Op een dag kom je tot de ontdekking dat 1 of meerdere ballen van rubber zijn. In dit geval zijn dat de ballen werk, voorleesmoederschap en vrijwilligerswerk. De andere ballen zoals huwelijk, familie, vrienden en gezondheid zijn van glas.

Als je een rubberen bal laat vallen, stuitert die weer terug. Echter, laat je een glazen bal vallen, valt deze in duizenden stukjes kapot…………

Natuurlijk ben ik heel benieuwd wat deze metafoor voor jou doet. Het zou leuk zijn als je dat in een reactie laat weten.

Met bovengenoemde dame is het overigens goed gekomen. We hebben een nieuwe tafel opgedekt, de kleine ingreep is goed verlopen. Met een pleister op de zere plek, haar boodschappentas in de hand verliet ze ons net zo onstuimig als ze kwam om zich aan haar volgende taak van de dag te wijden.

-Karen van Hout

Zag je dat? Daar vloog weer een dag voorbij.

Wat vind je van deze quote? Grappig? Niet grappig?
Waarheid voor jou of juist weer niet? Wat roept dit bij je op?

Zelf ‘zie’ ik direct een mannetje ( of vrouwtje) dat ietwat beduusd achterom kijkt om te zien hoe dit nou weer heeft kunnen gebeuren. Zonder dat hij of zij weet wat “dit” dan is…………en krabbelt vertwijfeld aan zijn hoofd. Er is iets gebeurd, er is iets gemist…maar wat!

Hoe vaak gebeurt het jou dat je dag om is denkt: Wat???? Nu al?? En ik heb nog zoveel te doen!

Tijd. Zelf vind ik het een interessant begrip. Je ziet het niet, je kunt het niet pakken maar we zijn er allemaal druk mee. Elke dag krijgen we er een hoeveelheid tijd bij. Aan de andere kant, de tijd die je verspilt komt nooit meer terug. In onze beleving is het mogelijk dat tijd voorbij kruipt of juist vliegt.

Om beter met onze tijd uit te komen proberen we onze tijd te “managen”, zoals dat heet. Zo plannen we heel wat af. Houden we agenda’s en schema’s bij. We maken ellenlange to-do lijsten om maar niets te vergeten en multi-tasken we om tijd te winnen. We maken gebruik van slimme programma’s, tips en tools waardoor werk makkelijker en sneller gedaan kan worden. Er is genoeg informatie te vinden over tijdvreters en tijdwinners. Er zijn zelfs apps op de markt die jouw leven een stuk makkelijker maken. Op zich heel handig!

Maar is dat dan genoeg denk je? Kun je tijd eigenlijk wel managen?

Helaas voor jou en mij! Die vlieger gaat niet op.
Het goede nieuws echter, is dat we wel onszelf kunnen managen om beter met onze tijd om te gaan.

Het blijkt dat persoonsgebonden factoren zoals bijvoorbeeld “het eeuwige moeten”, de kunst van delegeren, iets weigeren, jouw beleving van tijd, jouw waarden, overtuigingen en gewoontes een grote rol spelen in jouw relatie met tijd en dus ook agenda.

In plaats van gewoon steeds harder en langer te werken, de tijd die we winnen weer vullen met andere zaken en meer op ons bordje te scheppen zouden we hier ook naar kunnen kijken. Dat zou ons leven pas echt makkelijker maken denk ik zo. Wat vind jij?

Wil je weten wat jij kan doen om jezelf te managen en zo meer tijd over te houden? 4 Juni geef ik de interactieve workshop met de titel, jawel: “Waar blijft jouw tijd?”  Eerdere deelnemers hebben hier baat bij gehad, jij vast ook.

Heb je graag nu toch nog een paar concrete tips? Hier zijn er 5:

Tip 1: Maak 1 takenlijst en geef prioriteit. Hou deze lijst apart.
Tip 2: Zet alleen datum- en tijdgebonden zaken in je agenda.
Tip 3: Stop met multitasken: doe 1 ding tegelijk en maak het af
Tip 4: Houd tijd vrij voor ad hoc klussen
Tip 5: Leer nee zeggen/ Delegeer.

Succes!