It takes two to Tango

Sonja komt binnen. Ze kijkt hoopvol.
Het is de eerste keer dat we elkaar spreken. Ze voelt zich een deurmat. Of beter, ze gedraagt zich als een. Men hoeft maar naar haar te kijken of ze heeft het al voor je gedaan. Een ‘eigenschap’ waar gretig gebruik van wordt gemaakt. Hier heeft ze last van. Voelt dat het niet bij haar past. Het vreet energie en daarom wil ze dit patroon graag doorbreken. Ze verheugt zich op wat komen gaat.

=> Alles begint bij de beslissing

 

Sonja komt binnen. Ze kijkt wat bedrukt.
Na wat doorvragen komt het hoge woord eruit. Na ons vorige gesprek heeft ze nagedacht. Ze wil echt heel graag van het ‘please gedrag’ af, weet ook dat ze het nodig heeft maar aan de andere kant is ze heel bang dat ze zal veranderen door het traject dat ze ingaat. Ze is bang dat ze verandert in een naar mens. Een heks. Een egoïstisch wezen. Ik stel haar gerust. Diegene die de regie heeft is zijzelf. Ze is van nature geen naar mens en dat zal ze niet worden ook.

=> Wezenlijk verander je niet, je wordt eerder meer jezelf.

 

Sonja komt binnen. Ze kijkt wat gefrustreerd.
Ze is veranderd, dat weet ze. Ze komt veel beter voor zichzelf op. Weet wat haar grenzen zijn en neemt ze in acht. Ze voelt het. Ze ziet het. Ze merkt het. En het voelt zo goed! Maar de ‘anderen’ zien de verandering helaas nog niets. In ieder geval behandelen ze haar nog net zoals voorheen. Alsof er niets veranderd is. Ik herken het. Het is een feit:

=> Soms is het moeilijk om nieuw gedrag te zien.

 

Sonja komt binnen. Ze kijkt strijdvaardig.
Ze heeft zich niet laten ontmoedigen en heeft haar nieuwe gedrag voortgezet. Wat haar geholpen heeft is dat ze beseft dat haar nieuwe gedrag een ander niet altijd uitkomt. Dat men vaak de neiging heeft om iemand te benaderen zoals men het gewend was. Wat haar geholpen heeft is het benoemen van waar ze tegen aan loopt. Ze beseft:

=> Soms is het voor een ander moeilijk om nieuw gedrag te accepteren.

 

Sonja komt binnen. Ze kijkt verrukt.
Het is haar gelukt. Ze heeft resultaat geboekt! Ze kan zichzelf zijn en tegelijkertijd een goeie relatie met haar collega’s behouden. Sterker nog, ze wordt gerespecteerd, haar groei wordt gezien en ze krijgt zelfs welgemeende complimenten.

=> Soms is het gewoonweg een kwestie van tijd

 

 Sonja komt binnen voor ons laatste gesprek.
Wat bespreken het doorlopen traject. ’Dat we de kern van mijn ‘please gedrag’ eruit gehaald hebben voelde heel goed. Dat was al zo’n opluchting. Hierdoor kon ik al veel beter mezelf zijn. De tools die ik daarna leerde heb ik stap voor stap toegepast. Ik voel me goed, veel rustiger en ontspannen.’

 

Weet je, zegt ze, ‘ik zal voortaan altijd anders naar mensen kijken.’
‘Ik weet nu hoe veel inspanning het vergt om gedrag te veranderen. Hoe spannend dat is.

Wat ik lastig vond is dat ik wel veranderde maar mijn omgeving niet. In ieder geval niet direct. Het is heel moeilijk wanneer mensen op je blijven reageren alsof je nog steeds dezelfde bent terwijl dat niet zo is.

Het voelde soms als een weigering om mij te zien zoals ik ben. Soms was ik echt beledigd. Toch begrijp ik het ook. Ik weet echt wel dat mijn oude gedrag goed van pas kwam. En tegelijkertijd zie ik in dat ik het zelf heb laten gebeuren. Ik zie ook dat het steeds beter ging naarmate ik me beter profileerde. ‘It takes two to tango’ zoals je zegt.

Ik weet nu dat je er niet zomaar vanuit kan gaan dat iemand net als gisteren is. Of vorige week, vorig jaar. Het is waar wat je zei: Ontmoet elke persoon elke keer alsof het de eerste keer is dat je hem of haar ontmoet. Je weet nooit wat er gebeurd is in de tijd dat je elkaar niet hebt gezien. Er kan zomaar iets veranderd zijn.

 

En om terug te komen op mijn angst
Ik weet nu dat mijn gedrag los staat van wie ik ben. Wie ik ben staat vast, mijn gedrag kan ik kiezen. Weet je wat het mooie is Karen?

=> Ik ben veranderd en toch ook weer niet. ‘

  • Karen van Hout

Wanneer is het goed genoeg voor jou?

Julia vertelt me enthousiast dat ze enorm veel gedaan had op het gebied van zelfontwikkeling. Ontelbare boeken heeft ze verslonden. Vele cursussen gedaan. Misschien nog wel meer video’s op YouTube bekeken. Maar ze was er nog niet! Ze was nog niet ‘klaar’. Er kan nog heel wat verbeterd worden. Daar was ze zeker van.

 

Maar er was goede hoop hoor!
Er was een nieuwe boek uitgekomen die ze zou lezen. Daarna zou ze eindelijk gelukkig zijn. Een nieuwe video waar iedereen over sprak. Een ‘must see’ met goede tips om succesvol te zijn. En niet te vergeten de cursus waar ze zichzelf voor ingeschreven had, daar keek ze ook naar uit. Na die cursus zou haar leven een vogelvlucht nemen.

 

Eindelijk zal ze haar doel halen.
Zal ze succesvol zijn. Goed genoeg. Gelukkig zijn. Met stralende ogen kijkt ze me verwachtingsvol aan. Ik kijk terug en glimlach. Ik herken het en zie het vaker. We werken hard om nog beter, gelukkiger, mooier, etc. te zijn. We doen er alles aan om aan ‘het plaatje’ te voldoen.

Maar wat is dat plaatje? Hoe ziet dat eruit, wie bepaalt dat plaatje, vraag ik me weleens af. Hoe definieer je succesvol? Geluk? Wanneer ben je perfect? Wat betekent dat voor jou? En wanneer is het genoeg? Dat was mijn eerste vraag aan Julia.

 

Wanneer is het goed genoeg voor jou?
Een diepe stilte valt. Ze was niet echt blij met mijn vraag, dat zag ik wel. Julia had daar namelijk nog niet over na gedacht. Ze is zo lang bezig geweest om perfect te zijn, een goed mens, liefde te kennen. Zo bezig om het ideale plaatje voor de toekomst na te streven dat ze 1 ding vergeten was; en dat was haarzelf. En niet alleen haarzelf, maar ook het leven nu.

 

We leven niet gister, niet in de toekomst, we leven nu.
Nu had ik een uitdaging. Hoe ga ik dit tactisch brengen? Hoe ga ik haar vertellen dat het prima is om boeken te lezen, cursussen te volgen, video’s te bekijken maar dat aan de andere kant je bent wie je bent en je van jezelf al goed bent? Dat het de uitdaging is om NU te leven. Dat dat je veel meer opbrengt. En je een hoop boeken, cursussen, tijd, geld, inspanning en frustratie scheelt?

 

We zijn genoeg
Ik kende een van de boeken die ze gelezen had en gaf haar dat boek. Ik vroeg haar om blz. 45 open te slaan en daarvan de 2e alinea eens hardop voor te lezen. Er stond:

We zijn allemaal op zoek naar erkenning, acceptatie, gehoord en gezien worden. Om dat te krijgen zoeken we dat buiten onszelf. We zijn we bereid om hard te werken, veel geld uit te geven en diep door het stof te gaan.

Wat we vergeten is dat alles wat je wilt binnen handbereik is. Iedereen perfect is zoals hij of zij is. Als we het voor elkaar krijgen om ons zelf lief te hebben, te accepteren zoals we zijn, onszelf erkennen. Onszelf horen en zien…volgt te rest vanzelf. Automatisch.

 

Julia, las dit, was even stil en dan verschijnt er een glimlach op haar gezicht. Ze heeft de boodschap begrepen. Jij ook?

Karen van Hout

De Top 5 -Tips van Eline voor leidinggevenden met een ‘wiebelig’ team

‘Ken je het gezegde, ‘zo de wind waait, waait m’n rokje’?’ Eline kijkt me aan en knikt. Ja die kent ze wel. Ze lacht, want ze realiseert zich dat met deze zin haar hele verhaal is samengevat.

Eline is leidinggevende. Maar iedereen in haar team gaat zijn of haar eigen gang, afspraken worden niet of nauwelijks nagekomen en de onderling sfeer kent behoorlijke ups en downs. En daarnaast hebben ze ook op Eline nogal wat op aan te merken. ‘Ze wiebelen,’ zoals Eline het eerder omschreef, en ook: ‘Ik krijg er weinig vat op.’

Naarmate ons gesprek vordert wordt het duidelijk dat Eline zelf niet stevig in haar schoenen staat. Bang als ze is om haar teamleden voor de schenen te schoppen en met als doel om maar vooral de vrede te bewaren, worden gemaakte afspraken continu veranderd. Zo de wind waait…


Als jij wiebelt, wiebelt jouw team met je mee.
Eline vertelt: Beslissingen nemen gaat haar niet zo goed af. ‘Het team’ wil het altijd anders, en Eline vraagt zich altijd af of ze gelijk hebben. Hierop verandert vaak haar strategie. Deadlines worden regelmatig, en om het minste geringste, opgerekt. Afspraken verzet, gewijzigd of niet nagekomen. Aanspreken op gedrag maakt geen indruk meer, want iedereen weet: vandaag is het zo, maar morgen is het anders. En anders overmorgen wel.

Naarmate ons gesprek vordert wordt het Eline pijnlijk duidelijk. Wie weet het nog? Niet gek dat het team zich gedraagt zoals het doet.


Als je team ‘wiebelt’ is het tijd voor actie!
Het ergste wat je kunt doen is uitstellen dit recht te trekken. Uitstel betekent namelijk dat je genoegen neemt met de huidige situatie. Jouw geloofwaardigheid wordt aangetast. De kracht van het (team)systeem zal zijn werk doen en uiteindelijk ‘wiebelt’ iedereen mee. De (lees: jouw) problemen worden er niet kleiner op. Hoog tijd voor actie dus. En wel nu!


Zorg dat je zelf stevig staat.
Ja, het neemt misschien wat tijd maar het is zeker mogelijk om dit tij te keren. En dat begint bij jezelf. In plaats van eerst naar het team te kijken, is het beter om eerst jezelf en je eigen manier van leiding geven onder de loep te nemen.

Naast mijn tips beschreven in het blog ‘Vinden ze me dan nog wel aardig’ heeft Eline een top 5 gemaakt van de tips die voor haar gewerkt hebben. Ik geef ze graag door. Daarbij alvast één extra tip: Eline heeft een schrift waarin ze alles opgeschreven heeft, zodat ze alles na kan lezen en inspiratie opdoen als het even tegenzit.


De Top 5- Tips van Eline:

1. Weet wie je bent, wat je doet en waarom.
Hoe beter je jezelf kent, des te steviger in je schoenen staat. Neem deze kennis als basis voor jouw eigen handelen. Weet dat je je niet anders hoeft voor te doen dan je bent.

2. Neem je plek als (team)leider in.
Neem het voortouw en heb aandacht voor alle teamleden. Met nadruk op ALLE teamleden. Weet wat hen drijft, wat hun bezighoudt. Stimuleer ieder op zijn of haar eigen passende manier om het beste uit zichzelf te halen.

3. Formuleer jullie gezamenlijke bijdrage aan het succes van de hele organisatie
Geef de medewerker houvast. Waar gaan jullie naar toe? Draag dit duidelijk uit en maak je teamleden medeverantwoordelijk voor het succes. Wat Eline daarbij nog zegt, en wat ik volledig ondersteun is: vier de successen die jullie boeken.

4.Wees duidelijk in je communicatie
Hoe verleidelijk het soms ook is om om de hete brij te draaien, wees ook hier betrouwbaar. Zeker als het om een lastige boodschap gaat. Wees recht en duidelijk in je communicatie, maak duidelijke afspraken en kom erop terug. Altijd! Zie je onacceptabel gedrag, reageer direct. Dit doe je in principe één op één. Zie je gewenst gedrag, reageer direct. Geef dan een compliment, zoveel mogelijk en publiek.

5. Walk your talk
Eline zegt het je al in de vierde tip: wees betrouwbaar. Dat wat je zegt klinkt misschien leuk maar dat wat men ziet heeft meer waarde dan welke opmerking van jou dan ook. Jouw woorden hebben pas betekenis als je ze zelf leeft. Dus neem ook hier het voortouw: laat iedereen zien wat jij van een ander verwacht.

Welke tip kun jij hieraan toevoegen?

Zielig of juist heel slim

De herfst lijkt ingetreden. Ik rij naar mijn eerste afspraak van de dag. Zoals altijd heb ik er zin in vandaag. Het regent buiten en het waait maar mij doet dat niet zoveel. Sterker nog, ergens geniet ik er ook wel van. Ik hou wel van de afwisseling van de seizoenen.

Omdat ik wat vroeg ben wacht ik even in de hal. Het is een mooie en lichte ruimte. Terwijl ik op mijn gemak een tijdschrift doorblader komt er een mevrouw binnengestormd. Op haar doorweekte hakken rent ze naar de balie om zich te melden en ploft daarna zwaar geïrriteerd naast me op de oranje bank.

De dame in kwestie is aardig over de rooie, zo niet gestrest. Ik kijk haar aan en wacht af. Weet wat er komen gaat. En ja hoor, een hele tirade over de regen, een paraplu en al die mensen met natte jassen in een bus.

Ik laat het over me heen komen. Als ze uitgetierd is vraag ik haar wat er aan de hand is. Ze kijkt me aan, de tranen staan in haar ogen. Zonder hier al teveel in details te treden vertelt ze me dat ze tot over haar oren in een situatie zit waar ze maar niet uit lijkt te komen.

Ze heeft het zwaar, slaapt slecht. Is nukkig en nou niet echt gezellig voor haar omgeving. Dat beseft ze heel goed. Ze geeft toe dat ze momenteel op alles en iedereen wel wat aan te merken heeft. Niemand doet het goed. Of goed genoeg. In haar ogen. Terwijl zij probeert alles en iedereen onder controle te houden glipt er van alles als zand tussen haar vingers weg. De toekomst ziet er voor haar niet rooskleurig uit. En nu regent het ook nog!

Dan stel ik een andere vraag: ’Heb je hier al een keer met iemand over gesproken?’ Verbijsterd kijkt de dame me aan. ‘Met iemand praten? Hoezo! Ik ben toch niet zielig?‘ ‘Nee hoor’, zegt ze ferm, ‘ben je gek!’

Dat iemand zielig zou zijn als er ondersteuning ingeschakeld wordt is eenvoudig weg nooit in me op gekomen. Ook niet in de hoofden van de personen waar ik mee werk overigens. Hen hoef ik dus niet te vragen hoe zij er over denken. Wel ben ik benieuwd hoe jij hier over denkt:

Stel je hebt een doel voor ogen. Er is een situatie hebt waar je even niet uitkomt. Een kwaliteit die je verder ontwikkelen wilt. Iets over jezelf wilt onderzoeken. Of jouw team. Noem maar op.

En je zoekt hier iemand bij om dat samen mee te doen.  Om niet in je uppie alles uit te hoeven vinden. Om niet in kringetjes te hoeven draaien. Omdat je dan eerder bereikt wat je wilt. Omdat twee gewoon meer zien dan 1.

Ben je dan zielig? Of juist heel erg slim!

De blije leidinggevende ( tips om te delegeren)

Ken je Susan nog? De hoofdpersoon van de vorige blog?
Ze was te druk. Zo niet overbelast. Maar nadat ze leerde de taken van haar team aan het team over te laten kreeg ze meer ruimte en tijd voor haar eigenlijke functie. Als leidinggevende voelde ze zich steeds beter op haar plek en haar relatie met haar team verbeterde met de dag. Haar afdeling floreerde. Susan was blij maar toch was altijd weer die tijd. Waar altijd wel een tekort aan was.


Redenen om niet te delegeren

Tot nu stond het woord ‘delegeren’ niet in haar woordenboek. Haar overtuiging was dat ze het haar teamleden niet aan kon doen om een paar van haar taken ‘op hun bord te schuiven’. Ze hadden het immers al druk genoeg, weet je nog? Ze dacht tevens dat het haar te veel tijd zou kosten om telkens uit te leggen wat de bedoeling is. Dat het sneller gaat als ze ‘het’ zelf wel even doet. En daarbij, wat als de gedelegeerde taak niet naar haar maatstaven uitgevoerd wordt?

 

Redenen op wel te delegeren
Het vooruitzicht om meer tijd te hebben gaf uiteindelijk de doorslag. Ze wist welke kwaliteiten in haar team aanwezig was en wilde hier meer gebruik van maken. Een bijkomend voordeel zag ze in de mogelijkheid om tegelijkertijd haar medewerkers te stimuleren en te motiveren om te groeien. Als individu maar ook als team in zijn geheel.

 

Bepaal WAT je delegeert:
Als eerste maakte ze een lijst van haar taken waaruit de eerste selectie gemaakt werd:
– Welke taken moet ik echt zelf uitvoeren?
– Welke taken zijn geschikt om te delegeren, en tegen welk risico?
> Welke taken kan een ander beter dan ik?
>Welke taken kan een ander net zo goed als ik?
> Welke taken kan een ander leren?
– Welke taken leveren de meeste tijd op?

Deze antwoorden zette ze om in een matrix.
De groene vlakken bevatten taken die ze met een gerust hart uit zou kunnen besteden.

Bepaal  aan WIE  je delegeert:
Met behulp van de volgende  vragen ging ze deze overgebleven lijst af:
– Wie zou welke taak leuk vinden?
– Wie heeft er nog ruimte in zijn takenpakket of bij wie is er ruimte te creëren?
– Wie zou het meest geschikt zijn voor deze taak?
– Waarin zou die ene medewerker zich in moeten of willen ontwikkelen?
– Hoe zou ik daarin kunnen begeleiden?

 

Instructie en begeleiding
Omdat het voor Susan spannend was begon ze eerst de kleinste taken te delegeren. Hierdoor kon ze oefenen met het bespreken van de te delegeren taak. We bespraken hoe zij de betreffende taak het beste kon instrueren. Hoe ze haar verwachtingen kon uiten wat betreft resultaat, het waarom, hoe met wie en wanneer. Ze oefende zich in het loslaten van taken, de bijbehorende verantwoordelijkheden én bevoegdheden. Ze leerde om soepel op te volgen en bij te sturen indien dat nodig was.

Gaandeweg merkte ze dat er enthousiast gereageerd werd en de resultaten goed. Hierdoor kreeg ze het vertrouwen om steeds wat grotere taken uit handen te geven.

 

Resultaat
Van haar eerdere bezwaren is niet veel meer over. Ja natuurlijk kan het soms beter maar ze weet ook dat ‘goed’ goed genoeg is. Dat ze resultaten mag verwachten en geen perfectie. En ja natuurlijk kost het tijd, zeker als een taak gedelegeerd wordt aan een (nog) niet- bekwame medewerker. Dat vergt zeker in het begin wat meer sturing en coaching.

En misschien vind jij delegeren hierdoor helemaal niets voor jou. Dat is prima.

Maar Susan zweert er nu bij. Voor de medewerkers en haar is het een win-win situatie. Het kostte wat voorbereiding maar de medewerkers vinden het leuk om zich te ontwikkelen. De samenwerking verloopt als een geoliede machine. Het wederzijdse vertrouwen groeit met de dag en Susan heeft nu meer tijd. En daar was het om te doen.

  • Karen van Hout

 

 

Je moet helemaal niets

Een blog in januari zou over goede voornemens moeten gaan.
Maar de titel van deze blog ‘Je moet helemaal niets’ geeft al aan dat ik van dit gebaande pad afwijk. Ik vind het een heerlijke titel want het ontdoet je van de ketens van het ‘moeten’. Het geeft je de vrijheid om te doen wat jij wilt!

Alhoewel het ‘moeten’ je soms een mooi excuus geeft om onder ander vervelende zaken uit te kunnen komen, knijpt het je ook af. Het gaat ten koste van je creativiteit. Het altijd maar ‘moeten’ geeft stress. Moeten is dwingend. Is een verplichting: Het moet, je hebt geen keuze.

Zo heb ik de afspraak met mezelf dat ik elke maand een blog schrijf. Als het uit mijn pen vloeit dan is er niets aan de hand. Als ik om wat voor reden dan ook wat minder inspiratie heb, kost het wat meer tijd.  Soms is het zelfs lastig. Dan komt het ‘moeten’ om de hoek kijken.


Van moeten naar willen
Maar moet ik wel? Heb ik die afspraak niet gemaakt omdat ik elke maand een blog wil schrijven? Waar het woordje ‘moeten’ dwingend en benauwend werkt, laat het woordje willen veel meer ruimte over. Ik mag opeens weer kiezen. En daar hou ik van.

Ik heb namelijk voor een maandelijkse blog gekozen omdat ik het leuk vind om ze te schrijven. Omdat ik jou graag in mijn kennis deel. En hoop dat jij wat aan de gegeven informatie hebt.


Je moet helemaal niets
Maar dan nog: De gedachte om een maand over te slaan komt toch bij me op. Van wie moet het allemaal ook eigenlijk. Wat als ik even niets doe? Mezelf de ruimte geef om weer ideeën op te doen? Hoe erg is dat? Walk your talk: Ik besluit even niets te moeten en doe even niets.

Soms is het namelijk goed om iets niet te doen.  Jezelf de rust en ruimte te gunnen om op adem te komen bijvoorbeeld. Bungel lekker wat op de bank. Rommel wat aan. Eet die ‘verboden’ taartpunt op. Neem je hond mee uit wandelen. Doe niets of iets, gewoon omdat je dat wilt. Omdat het kan.


Het nut van niets doen
En de grap is: als je jezelf toestaat om eens iets niet te doen kom je erachter dat niets doen een functie heeft. Een hele belangrijke. Je lichaam komt weer tot rust, de waas trekt op, je hoofd voelt weer helder.  De wereld ziet er anders uit. Na de ‘pauze’ kun je veel meer  aan dan voorheen. Zul je zien dat je veel productiever bent. Nieuwe frisse ideeën boven komen drijven en zowaar…vloeit er zo weer met veel plezier een blog uit de pen.

  • Karen van Hout

Vijf simpele stappen om te ontdekken wat je werkelijk wilt

Zelf ga ik ervan uit dat je de regie in eigen handen hebt. Altijd. Dat betekent dat je kunt krijgen wat je hebben wilt, bereiken wat je bereiken wilt. Dat dat niet altijd gemakkelijk is, weet ik. Toch er is altijd meer mogelijk dan je denkt. Daarom heb ik onder andere het e book Hoe blijf je jezelf èn krijg je dat wat je wilt’ geschreven. Dit boek geeft je een goede start met 7 tips om ‘dat wat je wilt’, voor elkaar te krijgen. De vele malen dat dit e-book gedownload is geeft aan dat men hier nieuwsgierig naar is. Maar hoe weet je dan wat je wilt? Dat is makkelijker dan je wellicht denkt:

 

Het was zo simpel
Het is Sinterklaastijd. Het doet me denken aan vroeger. De cadeauboeken vielen, net als nu, bij bosjes op de deurmat. Middagen lang verlekkerden we ons aan alle plaatjes met speelgoed. De keuze was reuze en lange lijsten met alles wat we wel wilden hebben legden we aan Sinterklaas voor. Zonder enige vorm van voorbehoud, niets.

Steevast kregen we elk jaar een mooie brief terug dat Sinterklaas voor elk kind een budget heeft. Er moest gekozen worden. Dat bedierf het plezier niet. Integendeel. Het feit dat de mooiste 3 dingen op het lijstje mochten staan maakt het juist leuker. Dat was het startsein voor het volgende: kiezen wat je echt wilde. En hoe beter je koos, des te groter de kans was dat je dan ook echt kreeg wat je wilde. Je moest het wel echt, echt, echt heel graag willen.

Hoe we dat deden? Als eerste namen we er uitgebreid de tijd voor. Niet gehinderd door enige kennis van mogelijke obstakels streepten we weg wat eigenlijk gewoon leuk was om te hebben. We streepten het speelgoed dat we wilde hebben omdat de buurjongen dat ook had ook maar weg. Of die spullen waarvan we dachten dat het verstandig of goed was om te vragen. Zo bleven we kiezen. Na verloop van tijd bleven die dingen, die ons hart echt harder deden kloppen, over. De 3 overgebleven wensen werden op een mooi papiertje in de schoen gedaan. Winterpeen erbij en voilà, vol verwachting klopte ons hart want de kans was groot dat in ieder geval 1 van onze wensen uit zou komen. Het was zo simpel. Toen.

 

Naarmate we ouder worden lijkt wel of we die onbevangenheid verloren zijn.
Toevallig sprak ik hier Linda over. Om te beginnen wist ze niet wat ze wilde. En als ze al enig idee had dan was ze zich enorm bewust van alle mogelijke en reële obstakels waardoor het dan toch geen goed plan leek. Een gewenst resultaat bleef dus altijd een vaag een plan voor de toekomst.

Linda had voor zichzelf goede obstakels bedacht hoor, daar niet van. Ze had het druk. De omstandigheden zaten niet mee. Daarbij moest ze, om er te komen, een aantal persoonlijke uitdagingen aan. Wat ook belangrijk voor haar was is dat ze niet als egoïstisch te boek wilde staan. Of als zielig. Of als vrouwtje ‘nooit genoeg’. Ook was ze bang om bepaalde zaken op te moeten geven. En als je het haar eerlijk vroeg, dan ook wel een beetje bang om haar dromen te verwezenlijken. ( Ja, dat kan ook.) Kortom: Dat wat ze wilde was in haar ogen altijd onbereikbaar.

De eerste vraag die ik voor haar had: Als je hier tevreden mee bent, prima toch? Maar ze was er niet tevreden mee. En geef haar eens ongelijk. Want als je niet zelf keuzes maakt, nooit gaat voor dat wat jij echt wilt, dan geef je de regie uit handen. Dan wordt er voor je gekozen. En dat was niet wat ze wilde.

Dus gingen we samen op zoek naar wat ze wel voor zichzelf voor ogen had. We gingen simpel aan het werk. We pakten bovenstaande ‘Sinterklaas’ aanpak erbij en namen uitgebreid de tijd om, onder andere, de volgende stappen te doorlopen:

 

5 stappen om te ontdekken wat je werkelijk wilt

  1. Blader door het grote wensenboek en maak een wensenlijst zonder enige vorm van terughoudendheid. Fantaseer er op los. Wat als alles mogelijk zou zijn?

Een hulp is om in te zoomen op elk van volgende 7 levensgebieden: plezier, relaties, persoonlijke ontwikkeling, financiën, zakelijk, gezondheid, bijdrage aan de wereld. Schrijf de wensen op alsof ze al in vervulling zijn gegaan.

  1. Streep weg wat voor jou op dit moment het minst belangrijk is. Vraag jezelf bijvoorbeeld af: Wat zou ‘gewoon leuk’ zijn maar verder niets toevoegen? Wat hoort bij verwachtingen van anderen? Bij welke twijfel je? Ook deze worden rigoureus geschrapt. Etc.
  1. Als het behalen van elk van de overgebleven wensen succesvol zal zijn, welke 3 zou je kiezen?
  1. Uit deze drie kies je met de volgende vraag: Welke keuze zou jou ECHT blij maken?

  2. Daarna checkten we nog een keer de uitkomst. Een makkelijke manier om erachter te komen of iets jou gelukkig maakt is door ermee te spelen:
    – Stel je voor dat je niets met je keuze doet: Hoe voel je je dan? Ben je opgelucht? Kies dan wat anders. Mocht je weerstand of afkeer voelen, weet dan dat je goed zit.
    – Stel je voor dat je de verandering al bereikt hebt: Vind je het leuk? Word je er enthousiast van? Heb je er zin in en kun je niet wachten tot je aan de slag kunt? Is het zelfs een beetje eng?

Super! En gefeliciteerd. Alleen voor een doel dat je echt ziet zitten, iets waar je echt blij van wordt zal je actie ondernemen.

 

Van denken naar doen
Opgelucht kijkt Linda me aan, was dat het? Tot zover wel ja.
De volgende stap is uitzoeken hoe je je doel gaat halen. Ik weet dat de weg naar je einddoel niet zonder risico’s, hobbels en kuilen zal zijn. Maar met het helder voor ogen hebben waar je naar toe wilt, een goed plan om er te komen en de juiste hulpbronnen aanspreken kom je al een heel eind. Stap voor stap.

Ga je op pad? Dan zal je verbaasd zijn van je eigen kunnen. Mogelijkheden zien die er eerder niet waren. Dingen leren die je anders nooit zou leren. Inzichten verkrijgen die je anders nooit zou zien. Maar dat is voor een andere blog.

 

-Vergeet alle redenen waarom het niet zou werken en geloof in die ene reden waarom het wel werkt.

Hoeveel ballen hou jij hoog?

Deze mevrouw ben ik nooit meer vergeten:
Jaren geleden was ik als operatie assistente (chirurgie) af en toe werkzaam op de Poliklinische Operatiekamer. Daar verrichtten we dan kleine ingrepen die onder lokale verdoving plaats vonden. We haalden de patiënt op, brachten deze naar de kleedkamer, legden de procedure uit en ondertussen maakten wij de tafel klaar waarvan gewerkt werd. Deze werd dan ter bescherming afgedekt tot we de patiënt verder begeleidden naar de ruimte waar de ingreep plaats vond. Die bewuste middag waren we lekker bezig, het programma verliep soepel en toen gebeurde het volgende:

De dame komt binnengestormd, verzucht luidkeels dat ze er ein-de-lijk is en zet opgelucht haar enorme boodschappentas op de net opgedekte steriele tafel.

Verbouwereerd zien wij dit schouwspel aan. Ondertussen doet mevrouw nietsvermoedend haar verslag van de dag. Zo druk heeft ze het gehad. Die ene persoon had wat van haar gevraagd. Dan een ander, die ook nog een beroep op haar had gedaan. En natuurlijk staat ze voor iedereen klaar. Zo is ze. Maar ja, ze had haar werk ook nog en daar lag ook nog van alles op haar te wachten. En dan heeft ze het nog niet over haar gezin gehad. Ze heeft zoveel ballen op te houden dat ze bijna niet aan haar zelf toe komt. Met een glimlach vermeldt ze doodleuk dat ze bijna deze afspraak heeft afgezegd.


Al jonglerend wordt alles even belangrijk gevonden.
Deze mevrouw schiet mij, zoals ik al zei, regelmatig te binnen. Niet alleen door deze -eigenlijk hilarische- gebeurtenis maar ook word ik er regelmatig aan herinnerd omdat ik dit veel vrouwen zie doen. Druk zijn. Druk met alles en nog wat en dan vooral ook voor een ander. Met of zonder de neiging om zichzelf op de laatste plaats te zetten.

Vrouwen zijn er namelijk erg goed in. ‘Ballen ophouden’ zoals die mevrouw dat noemde. En niet een paar! Nee, het liefst een heleboel. En al jonglerend wordt alles even belangrijk gevonden.


Herken je dit?
De vraag is of daadwerkelijk alles zo belangrijk is. Laatst vond ik een metafoor van de Amerikaanse schrijver James Patterson die mij als antwoord op deze vraag weer even op scherp zette. Ik geef je hem hier in een vrije vertaling:

Het leven is een spel waarin je verschillende ballen hoog houdt. Deze ballen staan bijvoorbeeld voor werk, familie, gezondheid, vrienden, voorleesmoederschap, huwelijk/partnerschap en vrijwilligerswerk.

Op een dag kom je tot de ontdekking dat 1 of meerdere ballen van rubber zijn. In dit geval zijn dat de ballen werk, voorleesmoederschap en vrijwilligerswerk. De andere ballen zoals huwelijk, familie, vrienden en gezondheid zijn van glas.

Als je een rubberen bal laat vallen, stuitert die weer terug. Echter, laat je een glazen bal vallen, valt deze in duizenden stukjes kapot…………

Natuurlijk ben ik heel benieuwd wat deze metafoor voor jou doet. Het zou leuk zijn als je dat in een reactie laat weten.

Met bovengenoemde dame is het overigens goed gekomen. We hebben een nieuwe tafel opgedekt, de kleine ingreep is goed verlopen. Met een pleister op de zere plek, haar boodschappentas in de hand verliet ze ons net zo onstuimig als ze kwam om zich aan haar volgende taak van de dag te wijden.

-Karen van Hout

Een knipoog naar ‘regeltjes’

‘Hebt u die levervlekjes al lang?‘ klinkt een bezorgde stem boven mijn hoofd.
‘Die sproeten bedoel je?’ kaats ik vriendelijk terug.

De adem van de schoonheidsspecialiste stokt. Als ze een slokje van haar water had genomen, had ze zich waarschijnlijk verslikt. Ik kijk haar aan. Zie een bloedmooi meisje achter een gladde laag make- up. Geen sproetje of enig andere oneffenheidje te zien.

Zo hoort het blijkbaar, denk ik op dat moment.
Je hoort geen sproeten te hebben. Sproeten zijn niet meer in. Een opeenhoping van melanine is tegenwoordig een levervlekje. En daar hoor je wat aan te doen. Een gladde en egale huid is vandaag de norm.

Gek eigenlijk.
Zo hard er geroepen wordt toch echt jezelf te zijn, authentiek door het leven te gaan. Jezelf te laten zien. Vooral de regie in eigen hand te nemen. Dat te doen waar jij blij van wordt. Zo stug word je (bewust of onbewust) toch weer op de ‘vandaag geldende norm met bijbehorende regeltjes’ gewezen: Leuk dat je jezelf bent maar zo doen we dat hier eigenlijk niet.

Overal zijn ‘statistieken’ voor.
Zolang je langs het lijntje loopt is er niets aan de hand en mag jij gerust jezelf zijn.
Maar zit je hier onder of boven, dan is dat ‘buiten’ gewoon. Hoe verder van het lijntje af, des te dringender het advies om terug te keren naar ‘hoe het hoort’.  Immers, wie zijn hoofd boven het maaiveld steekt loopt de kans dat hij z’n hoofd verliest. Toch?

Regels veranderen
Nu is het zo dat geldende regels onder andere afhankelijk zijn van de plek waar je woont, de tijdgeest waarin je leeft en met wie je te maken hebt. Wat vroeger ‘not done’ was is vandaag de dag heel normaal en vice versa; Wat we eerder heel normaal en misschien zelfs wel hip vonden kan nu echt niet meer. Is uit. Doen we niet meer. Vinden we.
Tot het moment dat het weer ‘in’ is.
Weet jij het nog?

Regels, wat moet je ermee.
Goeie vraag al zeg ik het zelf.  Zeker als het jouw leven betreft. Ben je het met een bestaande regel eens? Pas deze  vooral toe.

Ben je er niet mee eens? Kost het je energie? Gaat het tegen jouw gevoel in? Doe je iets wat niet bij je past? Bekijk de regel eens en pas hem aan zodat je er wel mee uit de voeten kunt. Wie weet welke trend jij zet.
Je leven wordt er in ieder geval een stuk leuker door.

Als kreeften een dokter zouden hebben

Veranderingen.

Het doet altijd pijn. Een beetje op z’n minst.
De vraag is, doet de ‘verandering’ pijn of is het de pijn die je doet veranderen? Een interessante vraag die op verschillende manieren te beantwoorden is.

Maar hoe ga je hier dan mee om.

Is het niet zo dat we altijd proberen pijn te vermijden? En de verandering dus ook? En als je er moedig toch doorheen gaat, hoe kun je dat dan het beste doen?
Toevallig stuitte ik op een filmpje met Rabbijn Twerski wat hier op aan sluit.
Hij las een artikel over hoe kreeften groeien. Nu vond hij dat op zich een niet zo boeiend onderwerp maar er was wel wat hem raakte in het verhaal. En mij ook.

Ik vertel het je hier:

Hij las dat kreeften hele zachte beestjes zijn. Zij leven in een harde rigide schil wat zo hard is dat deze niet uit kan zetten.

Maar ook kreeften groeien. Hoe moet dat dan met de schelp? De kreeft heeft daar een oplossing voor gevonden.

Als een kreeft groeit, wordt zijn schil heel krap. Het zachte beestje komt onder druk te staan en voelt zich oncomfortabel. Hij zoekt een rots waaronder hij kan schuilen zodat hij niet aangevallen kan worden. Daarna werpt hij zijn schil af en produceert een nieuwe.

De kreeft groeit door en uiteindelijk is deze nieuwe schelp ook te krap. Hij gaat terug onder de rots, werpt wederom zijn schelp af en bouwt de volgende passende schelp. En zo gaat het door.

Waar het in dit verhaal om gaat:

Dat wat de kreeft stimuleert om te groeien, is dat hij zich niet meer prettig voelt. Het ongemak wat hij ervaart maakt dat hij de stappen zet die nodig zijn om de groei door te zetten.

Een glimlach verscheen op mijn gezicht toen Rabbi vertelde van mening te zijn dat als kreeften een dokter hadden, ze nooit zouden groeien. Een arts zou de kreeft namelijk- volgens hem-  een pijnstiller geven waardoor de kreeft zich weer prima voelt en niet meer de behoefte heeft om zijn schil af te leggen. Hij zou blijven zoals hij was. Zo had ik het nog niet gezien maar ik denk dat hij gelijk heeft. Is dat bij ons mensen niet net zo? Als je het ongemak niet ( meer) voelt, verdwijnt de impuls tot het zetten van de nodige stappen.

Wat je hier kunt halen is:

Tijden van tegenslag zijn tijden van groei. Pijn, een oncomfortabel gevoel maakt dat je de stappen zet die je nodig hebt om je weer prettig te voelen. In de tussentijd bescherming en hulp zoeken is prima. Zelfs aan te raden. Het geeft je de gelegenheid om in een veilige omgeving het ‘oude’ af te leggen en het ‘nieuwe’ eigen te maken.

Zodat je weer verder kunt.

Heb je nog een vraag? Laat het me weten in het contactformulier.
Denk je dat anderen deze blog moeten lezen? Deel hem gerust.